Re: Het dopingtopic 2.0
Geplaatst: 11 sep 2017 15:01
https://www.ad.nl/wielrennen/thijs-zonn ... ~a3adc089/
Analyse - En toen, na al die jaren, deed Peter Janssen alsnog zijn verhaal. De voormalige arts van tal van wielerploegen deed in de Volkskrant een boekje open over doping in de jaren 80, 90 en 2000. Is dat belangrijk? Nogal ja.
Door Thijs Zonneveld
Dát hij sprak was al opmerkelijk. Peter Janssen (75) woont al jaren in Thailand. Over zijn verleden als arts bij verschillende ploegen wilde hij niet praten en zeker niet over het onderwerp doping. Hij wees verschillende verzoeken rigoureus af. Van Janssen hoorde niemand iets.
Tot afgelopen weekeinde. Janssen deed zijn verhaal in de Volkskrant. Zeven pagina’s lang sprak hij over epo, bloedtransfusies, testosteron en cortisonen. Hij noemde namen en rugnummers. Leontien van Moorsel, Steven Rooks, Gert Jan Theunisse, Ab Krook, Lars Bak, Ruben Plaza en nog een stel anderen. Janssen vertelde in detail bij wie hij welk middel had toegediend of voorgeschreven.
Janssen is bij het grote publiek niet heel bekend. Maar hij was tussen het einde van de jaren 80 en het einde van het eerste decennium van dit millennium misschien een van de invloedrijkste sportartsen in het wielrennen. Hij stond erom bekend dat hij niet al te veel wroeging had bij het faciliteren of toedienen van doping. Hij werd door verschillende renners zowel on als off the record aangewezen als dopingarts. Of als pragmaticus die wilde voorkomen dat renners op eigen houtje zouden aanklooien. Daar draaide Janssen ook niet bepaald omheen. Hij schreef een boek met daarin de veelzeggende quote: ,,Goed gedoseerd is epo voor patiënten en sporters een uiterst veilig medicijn.”
Janssens verhaal in de Volkskrant is dus niet zomaar een verhaal van zomaar een ploegarts. Dat verschillende betrokkenen zijn beschuldigingen ontkennen is bijna traditie: het gebeurt bij vrijwel alle dopingverhalen. Maar de auteurs van het artikel zijn niet over één nacht ijs gegaan: het verhaal van Janssen wordt op verschillende punten bevestigd door andere bronnen.
Was Janssen zelf fout? Ja. En dat weet hij zelf ook. Had hij eerder naar buiten moeten komen? Ja. Schendt hij zijn beroepsgeheim? Mogelijk. Wellicht niet bij kerngezonde sporters met een prestatieoogmerk, wellicht wel bij een renster die leed aan anorexia. Is het hypocriet om eerst doping te faciliteren en daarna alles op te biechten? Vast wel. Maar het zou nog veel kwalijker zijn om er altijd over te blijven zwijgen. Janssen heeft als sportarts bakken vol mest in de beerput gegooid, maar hij helpt nu tenminste ook mee om de put te legen. De nadruk ligt nu op de personen die hij noemt, maar de intentie van Janssen was om een discussie aan te zwengelen over dopingbestrijding.
Het is per definitie zo dat dopingjagers achter de dopinggebruikers aan lopen. Positieve tests komen meestal pas ná wedstrijden of toernooien. Maar bij dopingbestrijding is het van essentieel belang om de waarheid boven tafel te krijgen. Over het heden, maar ook over het verleden. Je kunt geen toekomst bouwen op een rot fundament. Bovendien zijn verschillende van de door Janssen genoemde personen nog altijd actief in de wielersport. Degenen die het hardst roepen dat het wielrennen geen oude koeien uit de sloot moet halen zijn vaak ook degenen die het meeste te verbergen hebben.
Het is typerend dat Janssen in veel reacties de nek wordt omgedraaid. Maar het is veel te makkelijk om hem af te schilderen als sensatiezoeker. We zijn erin Nederland heel goed in om moord en brand te schreeuwen over Russische of Spaanse dopingnetwerken, maar als het gaat om Nederlandse sporthelden willen we het liever niet weten.
Zolang dopingcontroles niet waterdicht zijn (bij lange na niet), zijn dopingjagers voor een groot deel afhankelijk van de getuigenissen van bronnen die dicht bij het vuur zaten. Janssen is zo’n bron. Zijn getuigenis is allerminst mooi en komt jaren te laat. Maar toch is het, ook nu nog, een genoegdoening voor degenen die het wél schoon deden. Wellicht komt er door zijn getuigenis het besef om maatregelen te nemen tegen het systeem áchter de gebruikers. Het is tijd dat het IOC en het WADA op de schop gaan, dat overheden meer prioriteit geven aan opsporen en bestraffen van handelaren en artsen, dat de UCI concrete maatregelen neemt (waarom geen centrale pot voor artsen die rouleren tussen de ploegen, zodat ze niet medeverantwoordelijk zijn voor de prestaties?)
Maar boven alles is het verhaal van Janssen een signaal aan de huidige generatie sporters. Als je gebruikt, dan achtervolgt die keuze je je leven lang.
Analyse - En toen, na al die jaren, deed Peter Janssen alsnog zijn verhaal. De voormalige arts van tal van wielerploegen deed in de Volkskrant een boekje open over doping in de jaren 80, 90 en 2000. Is dat belangrijk? Nogal ja.
Door Thijs Zonneveld
Dát hij sprak was al opmerkelijk. Peter Janssen (75) woont al jaren in Thailand. Over zijn verleden als arts bij verschillende ploegen wilde hij niet praten en zeker niet over het onderwerp doping. Hij wees verschillende verzoeken rigoureus af. Van Janssen hoorde niemand iets.
Tot afgelopen weekeinde. Janssen deed zijn verhaal in de Volkskrant. Zeven pagina’s lang sprak hij over epo, bloedtransfusies, testosteron en cortisonen. Hij noemde namen en rugnummers. Leontien van Moorsel, Steven Rooks, Gert Jan Theunisse, Ab Krook, Lars Bak, Ruben Plaza en nog een stel anderen. Janssen vertelde in detail bij wie hij welk middel had toegediend of voorgeschreven.
Janssen is bij het grote publiek niet heel bekend. Maar hij was tussen het einde van de jaren 80 en het einde van het eerste decennium van dit millennium misschien een van de invloedrijkste sportartsen in het wielrennen. Hij stond erom bekend dat hij niet al te veel wroeging had bij het faciliteren of toedienen van doping. Hij werd door verschillende renners zowel on als off the record aangewezen als dopingarts. Of als pragmaticus die wilde voorkomen dat renners op eigen houtje zouden aanklooien. Daar draaide Janssen ook niet bepaald omheen. Hij schreef een boek met daarin de veelzeggende quote: ,,Goed gedoseerd is epo voor patiënten en sporters een uiterst veilig medicijn.”
Janssens verhaal in de Volkskrant is dus niet zomaar een verhaal van zomaar een ploegarts. Dat verschillende betrokkenen zijn beschuldigingen ontkennen is bijna traditie: het gebeurt bij vrijwel alle dopingverhalen. Maar de auteurs van het artikel zijn niet over één nacht ijs gegaan: het verhaal van Janssen wordt op verschillende punten bevestigd door andere bronnen.
Was Janssen zelf fout? Ja. En dat weet hij zelf ook. Had hij eerder naar buiten moeten komen? Ja. Schendt hij zijn beroepsgeheim? Mogelijk. Wellicht niet bij kerngezonde sporters met een prestatieoogmerk, wellicht wel bij een renster die leed aan anorexia. Is het hypocriet om eerst doping te faciliteren en daarna alles op te biechten? Vast wel. Maar het zou nog veel kwalijker zijn om er altijd over te blijven zwijgen. Janssen heeft als sportarts bakken vol mest in de beerput gegooid, maar hij helpt nu tenminste ook mee om de put te legen. De nadruk ligt nu op de personen die hij noemt, maar de intentie van Janssen was om een discussie aan te zwengelen over dopingbestrijding.
Het is per definitie zo dat dopingjagers achter de dopinggebruikers aan lopen. Positieve tests komen meestal pas ná wedstrijden of toernooien. Maar bij dopingbestrijding is het van essentieel belang om de waarheid boven tafel te krijgen. Over het heden, maar ook over het verleden. Je kunt geen toekomst bouwen op een rot fundament. Bovendien zijn verschillende van de door Janssen genoemde personen nog altijd actief in de wielersport. Degenen die het hardst roepen dat het wielrennen geen oude koeien uit de sloot moet halen zijn vaak ook degenen die het meeste te verbergen hebben.
Het is typerend dat Janssen in veel reacties de nek wordt omgedraaid. Maar het is veel te makkelijk om hem af te schilderen als sensatiezoeker. We zijn erin Nederland heel goed in om moord en brand te schreeuwen over Russische of Spaanse dopingnetwerken, maar als het gaat om Nederlandse sporthelden willen we het liever niet weten.
Zolang dopingcontroles niet waterdicht zijn (bij lange na niet), zijn dopingjagers voor een groot deel afhankelijk van de getuigenissen van bronnen die dicht bij het vuur zaten. Janssen is zo’n bron. Zijn getuigenis is allerminst mooi en komt jaren te laat. Maar toch is het, ook nu nog, een genoegdoening voor degenen die het wél schoon deden. Wellicht komt er door zijn getuigenis het besef om maatregelen te nemen tegen het systeem áchter de gebruikers. Het is tijd dat het IOC en het WADA op de schop gaan, dat overheden meer prioriteit geven aan opsporen en bestraffen van handelaren en artsen, dat de UCI concrete maatregelen neemt (waarom geen centrale pot voor artsen die rouleren tussen de ploegen, zodat ze niet medeverantwoordelijk zijn voor de prestaties?)
Maar boven alles is het verhaal van Janssen een signaal aan de huidige generatie sporters. Als je gebruikt, dan achtervolgt die keuze je je leven lang.